Continuïteitsprincipe: uitleg en voorbeelden
Het continuïteitsprincipe houdt in dat je bij het opstellen van de jaarrekening in beginsel uitgaat van voortzetting van de onderneming. Dit wordt ook de continuïteitsveronderstelling of going concern genoemd. Onzekerheid over voortbestaan vraagt om beoordeling en mogelijk toelichting; zij betekent niet automatisch dat alle activa op liquidatiewaarde moeten worden gezet.
Inhoudsopgave [verbergen]
? min. leestijd | ? woordenWaarom is continuïteit belangrijk voor de waardering?
Als een bedrijf doorgaat, gebruikt het bijvoorbeeld een machine om in volgende jaren producten te maken. De waardering en afschrijving sluiten daarop aan. Bij een onvermijdelijke beëindiging wordt juist relevant wat bezittingen bij afwikkeling opbrengen en welke verplichtingen nog moeten worden betaald.
Het wettelijke uitgangspunt staat in artikel 2:384 lid 3 BW. Het gaat om voortzetting van het geheel van de werkzaamheden. Het sluiten van één vestiging is dus niet vanzelf discontinuïteit van de hele onderneming. Het bestuur moet de veronderstelling onderbouwen; het is geen garantie dat het bedrijf altijd blijft bestaan. [ref]
Onzekerheid is iets anders dan onontkoombare discontinuïteit
De Nederlandse RJ-regels onderscheiden vier situaties:
- Geen onzekerheid: de gewone continuïteitsgrondslagen zijn van toepassing.
- Zorgen, maar geen materiële onzekerheid: eveneens continuïteitsgrondslagen. Belangrijke oordelen of schattingen kunnen wel toelichting vragen.
- Materiële onzekerheid: er is nog een reële kans op voortzetting. De continuïteitsgrondslagen blijven van toepassing, met een duidelijke toelichting van de onzekerheid en omstandigheden.
- Onontkoombare discontinuïteit: er is geen reële kans op voortzetting doordat verplichtingen niet kunnen worden voldaan en noodzakelijke aanvullende steun niet kan worden verkregen. Dan zijn liquidatiegrondslagen nodig.
Beoordeel bijvoorbeeld hoe aannemelijk nieuwe financiering of steun van aandeelhouders is. Een nog niet getekende toezegging leidt niet in iedere situatie automatisch tot dezelfde conclusie. [ref]
Hoe beoordeel je of voortzetting haalbaar is?
Alleen kijken naar de winst of het banksaldo op balansdatum is onvoldoende. Een onderbouwing kan onder meer bestaan uit:
- een liquiditeitsprognose met verwachte ontvangsten, uitgaven en aflossingen;
- beschikbare financiering, kredietvoorwaarden en bevestigingen van financiers;
- haalbare maatregelen bij omzetverlies of kostenstijging;
- de gevolgen van verlies van belangrijke klanten, leveranciers of vergunningen;
- actuele informatie die na balansdatum beschikbaar is gekomen.
Een negatief eigen vermogen, structurele verliezen of negatieve operationele kasstromen zijn signalen voor nader onderzoek. Geen enkel los cijfer vervangt de beoordeling van alle feiten en omstandigheden. Ook met continuïteitsgrondslagen kunnen bijzondere waardeverminderingen nodig zijn. [ref]
Voorbeeld: een auto bij voortzetting en beëindiging
Een onderneming koopt een auto voor € 20.000. In dit vereenvoudigde commerciële voorbeeld is de gebruiksduur vijf jaar, de restwaarde nihil en de afschrijving lineair. De jaarlijkse afschrijving is € 4.000. Na één volledig gebruiksjaar bedraagt de boekwaarde € 16.000.
Stel vervolgens dat discontinuïteit onontkoombaar is en de verwachte netto-opbrengst van de auto bij afwikkeling € 10.000 bedraagt. Bij overgang naar liquidatiegrondslagen leidt dit voor de auto tot een verlies van € 6.000. Die bedragen zijn een rekenvoorbeeld, geen algemene norm voor waardedaling van auto’s.
Bestaan alleen zorgen over de onderneming terwijl voortzetting nog een reële basis heeft, dan volgt deze afwaardering niet automatisch. Beoordeel wel of de auto volgens de gewone waarderingsregels moet worden afgewaardeerd.
Wat verandert bij liquidatiegrondslagen?
De jaarrekening moet dan inzicht geven in de verwachte afwikkeling. Activa worden beoordeeld op hun verwachte opbrengstwaarde; verplichtingen op het bedrag dat nodig is om ze af te wikkelen. Ook verwachte kosten en opbrengsten tot de liquidatiedatum spelen een rol.
Dit betekent niet dat alle balansposten lager worden. Extra afwikkelingskosten kunnen ontstaan en bestaande schulden verdwijnen niet omdat er onvoldoende geld is. Soms komt een waarde naar voren die eerder niet op de balans stond. Licht de gewijzigde grondslagen en hun invloed op vermogen en resultaat toe. [ref]
Vrijwillig stoppen terwijl alle verplichtingen kunnen worden betaald
Onder RJ 170 leidt een vrijwillig liquidatiebesluit niet automatisch tot liquidatiegrondslagen als de rechtspersoon naar verwachting aan al zijn verplichtingen kan voldoen. Dan blijven gebruikelijke grondslagen van toepassing, met toelichting op de beëindiging en de mogelijke gevolgen. Deze situatie verschilt van onontkoombare discontinuïteit door financiële problemen. [ref]
Gebeurtenissen na balansdatum meenemen
Valt cruciale financiering weg nadat de jaarrekening is opgemaakt maar vóór vaststelling, dan kan herbeoordeling nodig zijn. Blijkt discontinuïteit in die periode onontkoombaar, dan moet de jaarrekening alsnog op liquidatiebasis worden opgesteld. Zie gebeurtenissen na balansdatum. [ref]
Een bruikbare toelichting beschrijft de concrete omstandigheden, belangrijke onzekerheden en onderbouwde maatregelen. Alleen de standaardzin dat de onderneming blijft bestaan, geeft bij materiële onzekerheid onvoldoende informatie.
6 principes bij de jaarrekening
Deze website behandelt de volgende zes beginselen voor het opstellen van de jaarrekening:
- Toerekeningsprincipe
- Realisatieprincipe
- Matchingprincipe
- Continuïteitsprincipe
- Bestendigheidsprincipe
- Voorzichtigheidsprincipe
Referenties
[verbergen]Deel dit artikel
Deel dit bericht via social media met je familie, vrienden en collega's!
Het continuïteitsprincipe uitgelegd: going concern, materiële onzekerheid en liquidatiegrondslagen. Met een rekenvoorbeeld en aandachtspunten voor de jaarrekening.
Over de auteur
Deze website wordt geschreven en beheerd door Patrick de Graaf.
Patrick heeft een achtergrond in bedrijfseconomie, accountancy en belastingrecht. Van 2007 tot 2017 werkte hij bij een accountantskantoor; daarna als Financial Controller bij twee verschillende middelgrote bedrijven. Die ervaring met administraties, aangiften en rapportages vormt de praktische achtergrond van de uitleg.
Lees meer over zijn opleidingen en werkervaring en bronnen en werkwijze.
Controleer het toepasselijke jaar en de officiële bron en vraag bij beslissingen met fiscale, juridische of financiële gevolgen advies over jouw situatie.
