Quick ratio berekenen: formule, voorbeeld en betekenis
De quick ratio vergelijkt de vlottende activa zonder voorraad met de kortlopende schulden. De gebruikelijke formule is (vlottende activa − voorraden) / kortlopende schulden. Liquide middelen zijn al onderdeel van de vlottende activa en tel je dus niet nogmaals op.
Het kengetal helpt je beoordelen hoe afhankelijk je bent van voorraadverkoop om schulden te voldoen. Het voorspelt niet hoe snel debiteuren betalen en zorgt er niet voor dat je schulden sneller worden afgelost.
Inhoudsopgave [verbergen]
? min. leestijd | ? woordenDe current ratio telt voorraad wel mee. De quick ratio laat die buiten beschouwing, omdat voorraad vaak eerst verkocht moet worden voordat er geld beschikbaar komt. De verkoopbaarheid en doorlooptijd verschillen per onderneming. [ref]
Formule om de quick ratio te berekenen
De formule om de quick ratio te berekenen is als volgt:
| Quick ratio = | Vlottende activa (inclusief liquide middelen) − voorraden |
| Kortlopende schulden |
Trek de voorraad af van het totaal van de vlottende activa en deel door de kortlopende schulden. Neem bedragen van dezelfde datum en gebruik een verhoudingsgetal, bijvoorbeeld 1,00. Als de overblijvende activa alleen debiteuren en kas- en bankgeld zijn, kun je de teller ook rechtstreeks uit die posten opbouwen. [ref]
Controleer wat in de balansposten zit:
- Vorderingen en overlopende activa kunnen oninbare, nog niet opeisbare of vooruitbetaalde bedragen bevatten. Vooruitbetaalde huur levert bijvoorbeeld geen ontvangst op waarmee je een leverancier kunt betalen.
- Liquide middelen kunnen een beperkt bestedingsdoel hebben, zoals een G-rekening.
- Neem alle relevante kortlopende schulden mee, waaronder crediteuren, bankkrediet en te betalen belasting. Controleer ook binnen een jaar vervallende aflossingen in de toelichting.
Maak bij zulke beperkingen naast de standaardratio een afzonderlijke analyse van wat werkelijk op tijd beschikbaar komt. Laat zien welke posten je daarvoor corrigeert en gebruik bij een financieringsafspraak precies de afgesproken definitie. Een ratio uit een ander rapport is alleen vergelijkbaar als de berekeningswijze overeenkomt.
Bij nul kortlopende schulden kun je niet delen: de quick ratio is dan niet gedefinieerd. Dat is iets anders dan een ratio van nul. Vermeld de ontbrekende noemer en beoordeel toekomstige verplichtingen apart.
Voorbeeld berekening quick ratio
Deze vereenvoudigde voorbeeldbalans bevat bedragen in euro’s en telt aan beide zijden op tot € 3.000. De voorzieningen zijn hier geheel langlopend. Er zijn geen extra binnen een jaar vervallende aflossingen buiten de post kortlopende schulden:
| Activa | Passiva | ||
|---|---|---|---|
| Vaste activa | 2.500 | Eigen vermogen | 1.000 |
| Voorraden | 100 | Voorzieningen | 500 |
| Kortlopende vorderingen | 300 | Langlopende schulden | 1.100 |
| Liquide middelen | 100 | Kortlopende schulden | 400 |
De quick ratio wordt op basis van bovenstaande voorbeeld balans als volgt berekend:
| 1,00 = | 300 + 100 |
| 400 |
De vlottende activa bedragen € 500. Na aftrek van € 100 voorraad blijft € 400 over. Delen door € 400 kortlopende schulden geeft 1,00. Tegenover iedere euro kortlopende schuld staat dus één euro aan de overige vlottende activa. Het grootste deel daarvan is een vordering, geen kas- of bankgeld.
Stel dat € 50 van de vorderingen pas veel later wordt geïnd. De standaardratio blijft op basis van deze balans 1,00, maar voor de eerstkomende betalingen is niet de volle € 400 beschikbaar. Een verlies door oninbaarheid moet bovendien in de boekhouding worden verwerkt wanneer de waarderingsregels dat verlangen; dat is meer dan alleen een aanpassing van de analyse.
Wat is een goede quick ratio?
KVK noemt minimaal 1 als richtwaarde. Bij 1 is de teller gelijk aan de kortlopende schulden; boven 1 is hij hoger. Een waarde onder 1 is een signaal dat de meegenomen activa de kortlopende schulden op balansdatum niet volledig dekken. Een uitkomst van bijvoorbeeld 0,8 is wiskundig positief, maar ligt onder deze richtwaarde. [ref]
Gebruik 1 niet als garantie of universele eis. De benodigde buffer hangt af van de betaaltermijnen, betrouwbaarheid van ontvangsten, seizoenen, bedrijfsactiviteiten en afspraken met financiers. Een hoge ratio kan ook door laat betalende klanten ontstaan. Vergelijk meerdere perioden en bekijk daarnaast de verwachte kasstromen.
Kan de quick ratio hoger zijn dan de current ratio?
Bij dezelfde balans, een positieve noemer en een niet-negatieve voorraad kan de quick ratio volgens deze formule niet hoger zijn dan de current ratio. Je trekt immers voorraad van dezelfde teller af. Zonder voorraad zijn beide ratio’s gelijk. Is de quick ratio toch hoger, controleer dan datum, formule en gebruikte posten.
In het voorbeeld is de current ratio € 500 / € 400 = 1,25 en de quick ratio € 400 / € 400 = 1,00. Het verschil van 0,25 komt overeen met € 100 voorraad / € 400 kortlopende schulden.
Quick ratio verbeteren met inzicht in het effect
Een hogere ratio en meer direct beschikbaar geld zijn niet altijd hetzelfde. De volgende gebeurtenissen worden elk afzonderlijk toegepast op de voorbeeldbalans. Btw, transactiekosten en andere mutaties blijven buiten beschouwing:
| Gebeurtenis | Quick ratio daarna | Uitleg |
|---|---|---|
| Een debiteur betaalt € 100. | € 400 / € 400 = 1,00 | Bank neemt toe en vorderingen nemen af. De teller blijft gelijk. |
| Je verkoopt de voorraad van € 100 voor € 100 en ontvangt direct geld. | € 500 / € 400 = 1,25 | Voorraad wordt bankgeld. De quick ratio stijgt; er is geen verkoopwinst. |
| Je koopt € 100 voorraad en betaalt direct. | € 300 / € 400 = 0,75 | Bankgeld verandert in voorraad die niet meetelt. |
| Je betaalt € 100 kortlopende schuld. | € 300 / € 300 = 1,00 | Bij deze beginsituatie blijft de ratio gelijk, terwijl bankgeld afneemt. |
| De eigenaar stort € 100 eigen vermogen op de bank. | € 500 / € 400 = 1,25 | De teller stijgt zonder nieuwe schuld. |
Het effect van schuldaflossing hangt af van de uitgangssituatie. Bij een ratio boven 1 verhoogt betaling uit de meegenomen liquide middelen de ratio; onder 1 verlaagt die betaling de ratio, zolang een positieve noemer overblijft. Meer geld lenen op korte termijn verhoogt zowel teller als noemer en is daarom geen automatische verbetering.
Praktisch kun je tijdig factureren, achterstallige betalingen opvolgen en voorraad zorgvuldig afstemmen op de vraag. Bespreek bij een structurele financieringsbehoefte passende looptijden. Een werkelijke omzetting van kortlopende naar langlopende financiering kan de ratio verhogen, maar verandert ook rente, aflossingen en voorwaarden.
Controleer steeds met een liquiditeitsbegroting of maatregelen ook voldoende geld opleveren op de noodzakelijke betaalmomenten. De ratio blijft een momentopname. [ref]
Financiële kengetallen
Andere bekende financiële kengetallen zijn:
Veel gestelde vragen over de quick ratio (FAQ)
Wat is de quick ratio?
De quick ratio is een financieel kengetal om de op korte termijn beschikbare liquiditeit van een onderneming inzichtelijk te maken.
Wat is de formule voor de quick ratio?
De gebruikelijke formule is: (vlottende activa − voorraden) / kortlopende schulden. De vlottende activa zijn inclusief liquide middelen; die tel je niet nogmaals op.
Wat moet de waarde van de quick ratio zijn?
Minimaal 1 wordt vaak als richtwaarde gebruikt. Of dit voldoende is, hangt af van de inbaarheid van vorderingen, beschikbaarheid van geld, betaaltermijnen en afspraken met financiers. Het getal alleen bewijst niet dat je alle rekeningen tijdig kunt betalen.
Referenties
[verbergen]Deel dit artikel
Deel dit bericht via social media met je familie, vrienden en collega's!
Bereken de quick ratio met de juiste formule en een voorbeeldbalans. Uitleg over de richtwaarde, het verschil met current ratio en effecten van betalingen.
Over de auteur
Deze website wordt geschreven en beheerd door Patrick de Graaf.
Patrick heeft een achtergrond in bedrijfseconomie, accountancy en belastingrecht. Van 2007 tot 2017 werkte hij bij een accountantskantoor; daarna als Financial Controller bij twee verschillende middelgrote bedrijven. Die ervaring met administraties, aangiften en rapportages vormt de praktische achtergrond van de uitleg.
Lees meer over zijn opleidingen en werkervaring en bronnen en werkwijze.
Controleer het toepasselijke jaar en de officiële bron en vraag bij beslissingen met fiscale, juridische of financiële gevolgen advies over jouw situatie.
