Schulden: kortlopend, langlopend en overlopende passiva

Schulden zijn bestaande verplichtingen, zoals leningen, openstaande leveranciersfacturen en nog te betalen belastingen. Ze staan aan de creditzijde van de balans. De resterende looptijd en opeisbaarheid bepalen of een schuld kortlopend of langlopend is.

Een schuld verschilt van een voorziening doordat de onzekerheid over bedrag of afwikkeling gewoonlijk veel kleiner is. Een nog te ontvangen factuur kan dus al een schuld of overlopende passiefpost zijn. Voorzieningen en niet in de balans opgenomen verplichtingen hebben eigen opnamecriteria; onzekerheid alleen bepaalt de keuze niet. Deze pagina volgt de Nederlandse commerciële verslaggeving, vooral RJ 254 en RJ 258. [ref]

Inhoudsopgave [verbergen]

? min. leestijd | ? woorden

    Inkopen bij leveranciers (crediteuren) verwerk je in het inkoopboek van je boekhoudprogramma.

    De omloopsnelheid van de crediteuren meet het aantal omwentelingen van het gemiddelde crediteurensaldo. De bijbehorende omlooptijd geeft een benadering van het aantal dagen tot betaling. Vergelijk die met je betalingsafspraken.

    Balansposten aan de passivazijde

    De balansposten die aan de passivazijde van de balans staan zijn:

    Onderverdeling van schulden (langlopend en kortlopend)

    Schulden (langlopend en kortlopend) staan credit op de balans. Artikel 2:375 BW onderscheidt de volgende categorieën; de precieze presentatie en vrijstellingen hangen af van het jaarrekeningmodel en de omvang van de rechtspersoon:

    • Obligatieleningen, pandbrieven en andere leningen
    • Schulden aan kredietinstellingen (banken)
    • Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen, voor zover niet op activa in mindering gebracht
    • Schulden aan leveranciers en handelskredieten (crediteuren)
    • Te betalen wissels en cheques
    • Schulden aan groepsmaatschappijen
    • Schulden aan ondernemingen die een deelneming hebben in jou of andersom
    • Belastingen en premies sociale verzekeringen
    • Pensioen schulden
    • Overige schulden

    Deze onderverdeling geldt voor zowel de langlopende als de kortlopende schulden.

    Verschil langlopende en kortlopende schulden

    Kortlopende schulden kunnen binnen twaalf maanden na balansdatum worden opgeëist. Schulden die pas daarna opeisbaar zijn, zijn langlopend. Kijk naar de resterende termijn en contractvoorwaarden, niet alleen naar de oorspronkelijke looptijd.

    Langlopende en kortlopende schulden zijn twee verschillende rubrieken op de creditzijde van de balans.

    Een lening kan maandelijks, jaarlijks of ineens aan het einde worden afgelost. RJ 254 beveelt aan het binnen een jaar af te lossen deel onder kortlopende schulden te tonen. De wet staat toe dit deel bij langlopende schulden te laten, mits de komende aflossing afzonderlijk per categorie wordt toegelicht. In de voorbeelden hieronder wordt het kortlopende deel apart gepresenteerd. [ref]

    De reden voor het verschil tussen langlopende en kortlopende schulden is dat dit een beter inzicht in de cijfers geeft. Je kan dan namelijk beter bepalen of de onderneming op korte termijn geld heeft om haar schulden te voldoen. Als leverancier wil je bijvoorbeeld weten of je klant je wel kan betalen. Het betalen van de leverancier wordt lastiger als je ook binnen een jaar een grote schuld moet aflossen.

    Liquiditeit is het vermogen om op korte termijn de kortlopende schulden af te kunnen lossen. Met de current ratio en de quick ratio beoordeel je de liquiditeitsverhouding. Voor de daadwerkelijke betaalruimte zijn ook vervaldata en toekomstige kasstromen nodig.

    Looptijd, herfinanciering en bankconvenanten

    Vermeld voor het totaal van de langlopende schulden welk bedrag een resterende looptijd van meer dan vijf jaar heeft. Controleer ook aflossingsschema’s en voorwaarden die de opeisbaarheid kunnen veranderen.

    Als een lening door schending van bankconvenanten op balansdatum direct opeisbaar is, is kortlopende presentatie het uitgangspunt. Een tijdige afstand van het opeisingsrecht door de financier, een waiver, kan dat veranderen. Hetzelfde geldt voor een overeengekomen herstelperiode waarin opeising wegens die schending niet mogelijk is en die minstens tot twaalf maanden na balansdatum loopt.

    Onder RJ 254 mag ook een passende waiver of herstelafspraak die na balansdatum maar vóór het opmaken wordt verkregen, tot langlopende presentatie leiden. Licht toepassing van deze optie toe. Een kort uitstel of een mondelinge verwachting is niet hetzelfde als zo’n afspraak. Ook contractueel vastgelegde herfinanciering kent specifieke regels. Beoordeel deze omstandigheden samen met de gebeurtenissen na balansdatum. [ref]

    Wanneer neem je een schuld op?

    Neem een financiële schuld op zodra de relevante contractuele verplichting ontstaat. Een ontvangen lening leidt bijvoorbeeld tot een banktegoed en een leningschuld. Bij goederen of diensten die al geleverd zijn, neem je de verplichting op, ook als de factuur pas later volgt. Een ondertekende bestelling waarbij beide partijen nog moeten presteren, leidt daarentegen in het algemeen nog niet tot een balansschuld. [ref]

    Belastingen hebben eigen regels. Een BV neemt haar nog te betalen vennootschapsbelasting op. De inkomstenbelasting van de eigenaar van een eenmanszaak is een privépost en geen zakelijke belastingschuld in de ondernemingsbalans. Te betalen btw en loonheffingen kunnen wel zakelijke schulden zijn. [ref]

    Schuld niet langer opnemen op de balans

    Een schuld verdwijnt bijvoorbeeld bij aflossing of rechtsgeldige kwijtschelding. Alleen een voornemen om te betalen of een overdracht zonder feitelijke bevrijding van de verplichting is onvoldoende. Beoordeel bij een wijziging van de lening of de economische realiteit belangrijk verandert.

    Een schuld afwikkelen kan op de volgende manieren:

    • Door aflossing van de lening door de schuldnemer.
    • Door kwijtschelding van de lening door de schuldeiser.
    • Door terugbetaling van de lening, waarbij je direct daarop een nieuwe lening aangaat tegen aanzienlijk afwijkende voorwaarden.
    • Door grote wijzigingen in de bestaande voorwaarden.

    Bij een wezenlijke wijziging kan de oude lening worden afgeboekt en een nieuwe lening tegen reële waarde worden opgenomen. Een gewone aanpassing van de rente of looptijd is niet automatisch zo’n afwikkeling. Een aflossing verlaagt de schuld; zij is op zichzelf geen kostenpost. [ref]

    Overlopende passiva

    Overlopende passiva zijn vooruitontvangen bedragen en nog te betalen bedragen (art. 364 lid 4 BW 2).

    Ontvang je huur die betrekking heeft op een volgende periode, dan is dat deel vooruitontvangen opbrengst. Kosten van deze periode die je pas later betaalt, zoals energie of rente, zijn nog te betalen kosten. Het gaat om de periode waarop de prestatie betrekking heeft, niet alleen om de betaaldatum.

    Vooruitontvangen bedragen moeten stelselmatig aan toekomstige perioden worden toegerekend. Dit kan in gelijke bedragen per maand/jaar of naar verhouding van de te leveren prestaties.

    Twee voorbeelden van overlopende passiva

    Je ontvangt op 1 december €3.000 voor een dienst die gelijkmatig in december, januari en februari wordt geleverd. Eind december is €1.000 omzet verdiend en blijft €2.000 vooruitontvangen omzet op de balans. Btw is in dit voorbeeld buiten beschouwing gelaten.

    Over december is €300 rente verschuldigd die je in januari betaalt. Boek in december debet rentekosten €300 en credit nog te betalen rente €300. In januari boek je debet nog te betalen rente en credit bank. Zo komen de rentekosten niet dubbel in het resultaat.

    Verplichtingen met opschortende of ontbindende voorwaarden

    Een verplichting met opschortende voorwaarden gaat pas in als je aan de voorwaarden voldoet. Er is dus nog geen bestaande verplichting, waardoor deze niet als schuld mag worden opgenomen op de balans. Als het waarschijnlijk is dat je aan de voorwaarden zult gaan voldoen, dan moet een voorziening gevormd worden.

    Een verplichting met ontbindende voorwaarden werkt direct, maar vervalt wanneer de afgesproken gebeurtenis plaatsvindt. De verwerking hangt af van de waarschijnlijkheid daarvan. Beoordeel steeds ook de andere opnamecriteria en of partijen al hebben gepresteerd; een voorwaardelijke koopovereenkomst is niet automatisch een schuld voor de volledige koopsom. [ref]

    Waardering: reële waarde en geamortiseerde kostprijs

    Een gewone financiële schuld wordt eerst tegen reële waarde opgenomen, met verwerking van rechtstreeks toerekenbare transactiekosten. Bij een zakelijke lening verlagen betaalde afsluitkosten gewoonlijk de initiële boekwaarde van de schuld; ze worden niet simpelweg bij de terug te betalen hoofdsom opgeteld.

    Daarna wordt de lening tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd. Met de effectieve-rentemethode verdeel je rente, transactiekosten en eventuele verschillen tussen ontvangen bedrag en aflossingsbedrag over de looptijd. Zonder zulke verschillen benadert de boekwaarde de nog openstaande nominale schuld. Lineaire toerekening is toegestaan als dit geen belangrijke verschillen oplevert.

    Voorbeeld: je leent €10.000, betaalt €200 rechtstreeks toerekenbare afsluitkosten en ontvangt netto €9.800. De initiële boekwaarde is in deze verwerking €9.800; de contractuele hoofdsom blijft €10.000. De €200 komt via de effectieve rentelast in het resultaat. Voor belastingen, pensioenen, lease en bepaalde financiële instrumenten gelden aanvullende of andere waarderingsregels. [ref]

    Aflossing en rente afzonderlijk boeken

    Bij een betaling van €1.100 waarvan €1.000 aflossing en €100 rente, luidt de eenvoudige boeking zonder transactiekosten:

    RekeningDebetCredit
    Leningschuld1.000
    Rentekosten100
    Bank1.100

    Is de rente al eerder als nog te betalen rente geboekt, gebruik dan die schuldrekening in plaats van opnieuw rentekosten. Ontvangst van een lening is geen omzet; aflossing is geen bedrijfslast.

    Gestelde zekerheden bij schulden

    Zekerheden bij schulden zijn goederen of gebouwen die je als onderpand hebt gegeven bij het aangaan van de schuld. Bij een hypotheek is je huis bijvoorbeeld als zekerheid gesteld.

    De gestelde zekerheden moeten in de toelichting op de schulden vermeld worden. Dit geeft een beter inzicht in de kredietwaardigheid van een onderneming. Vermeld de vorm van de zekerheden en het bedrag van de schulden waarvoor zekerheid is gesteld. Denk aan hypotheek op een pand en pandrecht op voorraad of debiteuren. Ook relevante afspraken over nog te verstrekken zekerheden zijn van belang. [ref] [ref]

    De solvabiliteit vreemd vermogen geeft inzicht in de verhouding tussen vreemd vermogen en balanstotaal. Deze verhouding is geen garantie dat aflossingen daadwerkelijk kunnen worden betaald.

    Rente bij schulden

    Per groep langlopende schulden wordt de rentevoet vermeld in de toelichting (art. 375 lid 2 BW 2). Dit is het rentepercentage per jaar.

    Bij vooraf overeengekomen verschillende rentepercentages vermeld je het verloop. Hangt de rente af van toekomstige factoren, licht dan die afhankelijkheid toe, bijvoorbeeld een referentierente plus opslag. [ref]

    De rentabiliteit van het vreemd vermogen vergelijkt rentelasten met het gemiddelde vreemd vermogen. Voor de onderneming is dit een maatstaf voor financieringskosten, niet voor de winst die met de lening is verdiend.

    Mutatie bij langlopende schulden

    RJ 254 verlangt per groep langlopende schulden een mutatieoverzicht, inclusief financiële leaseverplichtingen. Toon nieuwe leningen, aflossingen en relevante overige wijzigingen, zoals koersverschillen en amortisatie. Voor kleine rechtspersonen gelden toelichtingsvrijstellingen. Het onderstaande eenvoudige voorbeeld gebruikt bedragen in duizenden euro’s en splitst het kortlopende deel af. [ref]

    Hoofdsom per 1 januari 100
    Cumulatieve aflossingen tot 1 januari -20
    Kortlopend deel per 1 januari -2
    Boekwaarde per 1 januari 78
       
    Verhogingen 15
    Aflossingen -2
    Mutatie kortlopend deel -1
    Totale mutaties in boekjaar 12
       
    Hoofdsom per 31 december 115
    Cumulatieve aflossingen tot 31 december -22
    Kortlopend deel per 31 december -3
    Boekwaarde per 31 december 90

    De totale schuld eindigt op 115 − 22 = 93. Daarvan is 3 kortlopend en 90 langlopend. De mutatie van het langlopende deel is 15 − 2 − 1 = 12, zodat 78 + 12 = 90. De verschuiving naar kortlopend is geen betaling en geen kostenpost.

    Sluit in je boekhoudprogramma crediteuren aan op de openstaande facturen en leningen op de saldobevestigingen en aflossingsschema’s. Controleer aan het jaareinde ook nog te ontvangen facturen, vooruitontvangen omzet, rente en verschuldigde belastingen.

    Volgende artikel »

    Veel gestelde vragen over schulden (FAQ)

    Wat is een schuld?

    Een schuld is een bestaande en vaststaande financiële verplichting die gewoonlijk door betaling wordt afgewikkeld.

    Wat zijn overlopende passiva?

    Overlopende passiva zijn vooruitontvangen bedragen en nog te betalen bedragen.

    Wat is het verschil tussen langlopende en kortlopende schulden?

    Kortlopende schulden kunnen binnen twaalf maanden na balansdatum worden opgeëist. Schulden die pas daarna opeisbaar zijn, zijn langlopend. Kijk naar de resterende termijn en contractvoorwaarden, niet alleen naar de oorspronkelijke looptijd.

    Waaruit bestaan schulden?

    Schulden bestaan uit de volgende posten:

    • Obligatieleningen, pandbrieven en andere leningen
    • Schulden aan kredietinstellingen (banken)
    • Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen, voor zover niet op activa in mindering gebracht
    • Schulden aan leveranciers en handelskredieten (crediteuren)
    • Te betalen wissels en cheques
    • Schulden aan groepsmaatschappijen
    • Schulden aan ondernemingen die een deelneming hebben in jou of andersom
    • Belastingen en premies sociale verzekeringen
    • Pensioenschulden
    • Overige schulden

    Referenties

    [verbergen]
      Datum gepubliceerd: 26-12-2016 | Datum bijgewerkt: 20-09-2026 | Auteur:

      Deel dit artikel

      Deel dit bericht via social media met je familie, vrienden en collega's!

      Schulden op de balans: looptijd, waardering, aflossing, rente en overlopende passiva. Met boekingen, mutatieoverzicht en uitleg over bankconvenanten.


      Over de auteur

      Patrick de Graaf, auteur en beheerder

      Deze website wordt geschreven en beheerd door Patrick de Graaf.

      Patrick heeft een achtergrond in bedrijfseconomie, accountancy en belastingrecht. Van 2007 tot 2017 werkte hij bij een accountantskantoor; daarna als Financial Controller bij twee verschillende middelgrote bedrijven. Die ervaring met administraties, aangiften en rapportages vormt de praktische achtergrond van de uitleg.

      Lees meer over zijn opleidingen en werkervaring en bronnen en werkwijze.

      Controleer het toepasselijke jaar en de officiële bron en vraag bij beslissingen met fiscale, juridische of financiële gevolgen advies over jouw situatie.