Werkkapitaal berekenen: formule, voorbeeld en betekenis

Netto werkkapitaal is het verschil tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden. De formule is: vlottende activa − kortlopende schulden. Liquide middelen zijn al onderdeel van de vlottende activa. De uitkomst is een bedrag, geen percentage.

Het kengetal helpt je de financiering van de dagelijkse bedrijfsvoering beoordelen. Positief werkkapitaal is geen garantie dat je alle rekeningen tijdig kunt betalen: voorraad en debiteuren moeten vaak eerst in geld worden omgezet. [ref]

Inhoudsopgave [verbergen]

? min. leestijd | ? woorden

    Werkkapitaal en beschikbaar bankgeld zijn verschillende begrippen. Gebruik naast de balans een liquiditeitsbegroting met verwachte ontvangsten en betalingen. Zo zie je of het geld binnenkomt vóórdat een rekening vervalt. [ref]

    Werkkapitaal berekenen vanuit de vlottende activa

    Neem bedragen van dezelfde balansdatum en trek de kortlopende schulden af van de vlottende activa:

    Werkkapitaal = vlottende activa - kortlopende schulden

    Tot de vlottende activa behoren onder meer voorraden, kortlopende vorderingen en overlopende activa en kas- en banktegoeden. Tel geld dus niet nogmaals bij een totaal op waarin het al is opgenomen.

    Kortlopende schulden zijn bijvoorbeeld crediteuren, rekening-courantkrediet, te betalen belasting en andere binnen een jaar opeisbare bedragen. Controleer ook de toelichting op langlopende leningen: aflossingen voor het komende jaar kunnen daar afzonderlijk zijn vermeld. Neem die voor de liquiditeitsanalyse mee en leg eventuele herindelingen vast. [ref]

    Berekenen vanuit het langlopende vermogen

    Dezelfde uitkomst kun je vanuit de andere kant van de balans berekenen. Dit is geen afzonderlijk werkkapitaal voor de lange termijn. Het laat zien hoeveel langdurig beschikbaar vermogen overblijft nadat de vaste activa ermee zijn gefinancierd:

    Werkkapitaal = eigen vermogen + langlopende verplichtingen − vaste activa

    Deze gelijkheid volgt uit de balans: vaste activa + vlottende activa = eigen vermogen + langlopende verplichtingen + kortlopende verplichtingen. Beide berekeningen moeten wel dezelfde indeling gebruiken.

    Vaste activa dienen de onderneming duurzaam, zoals gebouwen en machines. Het eigen vermogen is het verschil tussen activa en verplichtingen. Onder langlopende verplichtingen vallen in deze analyse langlopende schulden en het langlopende deel van voorzieningen.

    Tel niet automatisch alle voorzieningen bij het langlopende vermogen. Als een voorziening op korte termijn tot betaling leidt, hoort dat deel voor deze analyse aan de kortlopende kant. Gebruik je uitsluitend de afzonderlijk gepresenteerde balanspost ‘kortlopende schulden’, dan blijven voorzieningen buiten die aftrek en moet je ze voor de algebraïsche aansluiting aan de andere kant volledig meenemen. Benoem daarom welke definitie je gebruikt.

    Voorbeeld berekening werkkapitaal

    Onderstaande vereenvoudigde balans gebruikt bedragen in euro’s en telt aan beide zijden op tot € 3.000. We veronderstellen dat alle voorzieningen langlopend zijn en dat er geen aanvullende aflossingen voor het komende jaar buiten de kortlopende schulden staan:

    Activa Passiva
    Vaste activa 2.500 Eigen vermogen 1.000
    Voorraden 100 Voorzieningen 500
    Kortlopende vorderingen 300 Langlopende schulden 1.100
    Liquide middelen 100 Kortlopende schulden 400

    Het werkkapitaal wordt op basis van bovenstaande voorbeeld balans als volgt berekend (kortlopende deel van de balans):

    100 = 100 + 300 + 100 - 400

    Het werkkapitaal wordt op basis van bovenstaande voorbeeld balans als volgt berekend (langlopende deel van de balans):

    100 = 1.000 + 500 + 1.100 - 2.500

    Beide berekeningen geven € 100 netto werkkapitaal. De vlottende activa bedragen € 500 en de kortlopende schulden € 400. Dat het bank- en kassaldo hier eveneens € 100 is, is toeval; dit zijn geen gelijke begrippen.

    Positief of negatief werkkapitaal: wat betekent het?

    • Positief: de vlottende activa zijn hoger dan de kortlopende verplichtingen in de berekening.
    • Nul: beide bedragen zijn gelijk.
    • Negatief: de kortlopende verplichtingen zijn hoger dan de vlottende activa. Onderzoek hoe en wanneer die verplichtingen worden betaald.

    Er is geen bedrag dat voor ieder bedrijf voldoende is. Een onderneming met veel seizoensvoorraad heeft een andere behoefte dan een dienstverlener die vooruitbetaald krijgt. Ook een positieve uitkomst kan samengaan met betalingsproblemen, bijvoorbeeld als klanten pas over drie maanden betalen terwijl de belasting volgende week vervalt.

    Negatief werkkapitaal betekent evenmin automatisch dat het bedrijf nu betalingsproblemen heeft. In een vereenvoudigd voorbeeld zijn er € 100 kasgeld en € 150 leveranciersschulden die volgende maand vervallen: het werkkapitaal is −€ 50. Vandaag kan het bedrijf een rekening van € 20 betalen, maar voor de overige betalingen moet het tijdig nieuwe ontvangsten of financiering regelen. Beoordeel daarvoor de verwachte kasstromen. [ref]

    Stem de looptijd van financiering af op het gebruik van het geld. Structurele investeringen volledig met direct opeisbaar krediet financieren vergroot het herfinancieringsrisico. Het is echter geen regel dat álle vlottende activa kortlopend moeten worden gefinancierd: ook daarvoor kan een blijvende financieringsbehoefte bestaan.

    Werkkapitaal en betaalruimte verbeteren

    Richt het beheer op voorraad, vorderingen en betaaltermijnen. Houd de voorraad in verhouding tot de verwachte vraag, factureer tijdig en volg achterstallige betalingen op. Betaal leveranciers volgens afspraak; weeg een betalingskorting af tegen de benodigde betaalruimte. [ref]

    Meer beschikbaar geld is niet altijd meer netto werkkapitaal. De onderstaande rekenvoorbeelden vertrekken elk afzonderlijk vanuit € 500 vlottende activa en € 400 kortlopende schulden. Btw, kosten en overige mutaties blijven buiten beschouwing:

    GebeurtenisNetto werkkapitaal daarnaEffect
    Een klant betaalt € 100.€ 500 − € 400 = € 100Vorderingen worden bankgeld; het werkkapitaal blijft gelijk.
    Je betaalt € 100 leveranciersschuld.€ 400 − € 300 = € 100Zowel geld als schuld neemt af.
    Je koopt € 100 voorraad op rekening.€ 600 − € 500 = € 100Voorraad en schuld nemen evenveel toe.
    De eigenaar stort € 100 eigen vermogen.€ 600 − € 400 = € 200Er komt geld bij zonder nieuwe schuld.
    € 100 kortlopende schuld wordt werkelijk langlopend gefinancierd.€ 500 − € 300 = € 200De financieringsduur verandert; het banksaldo hoeft niet te stijgen.

    Bespreek financiering op basis van looptijd, kosten, zekerheden en aflossingsruimte. Een verschuiving op papier zonder gewijzigde rechten en verplichtingen maakt een kortlopende schuld niet langlopend.

    Verschil met current ratio en quick ratio

    Werkkapitaal is een absoluut bedrag. De current ratio deelt de vlottende activa door de kortlopende schulden: in het voorbeeld € 500 / € 400 = 1,25. De quick ratio laat de voorraad buiten de teller: (€ 500 − € 100) / € 400 = 1,00. Samen geven deze getallen meer inzicht dan één los saldo.

    Financiële kengetallen

    Andere bekende financiële kengetallen zijn:

    Volgende artikel »

    Veel gestelde vragen over het werkkapitaal (FAQ)

    Wat is werkkapitaal?

    Netto werkkapitaal is het verschil tussen vlottende activa en kortlopende schulden. Het is een balansbedrag en geen afzonderlijk kas- of banktegoed.

    Wat is de formule voor het werkkapitaal?

    Het werkkapitaal wordt berekend met deze formule: vlottende activa - kortlopende schulden.

    Wat moet de waarde van het werkkapitaal zijn?

    Er is geen universeel vereist bedrag. Positief werkkapitaal betekent dat de vlottende activa hoger zijn dan de kortlopende schulden. Of je op tijd kunt betalen hangt ook af van de beschikbaarheid van geld, betaaltermijnen en verwachte kasstromen.

    Referenties

    [verbergen]
      Datum gepubliceerd: 26-12-2016 | Datum bijgewerkt: 20-09-2026 | Auteur:

      Deel dit artikel

      Deel dit bericht via social media met je familie, vrienden en collega's!

      Bereken netto werkkapitaal met twee formules en een voorbeeldbalans. Lees wat een positieve of negatieve uitkomst betekent en hoe je betaalruimte verbetert.


      Over de auteur

      Patrick de Graaf, auteur en beheerder

      Deze website wordt geschreven en beheerd door Patrick de Graaf.

      Patrick heeft een achtergrond in bedrijfseconomie, accountancy en belastingrecht. Van 2007 tot 2017 werkte hij bij een accountantskantoor; daarna als Financial Controller bij twee verschillende middelgrote bedrijven. Die ervaring met administraties, aangiften en rapportages vormt de praktische achtergrond van de uitleg.

      Lees meer over zijn opleidingen en werkervaring en bronnen en werkwijze.

      Controleer het toepasselijke jaar en de officiële bron en vraag bij beslissingen met fiscale, juridische of financiële gevolgen advies over jouw situatie.