Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling uitgelegd
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling beschrijven hoe een onderneming bedragen in de jaarrekening bepaalt en wanneer zij opbrengsten en kosten verwerkt. De gekozen regels beïnvloeden zowel de balans als de winst-en-verliesrekening. Je kiest binnen de mogelijkheden van het toepasselijke verslaggevingsstelsel en past die keuze consistent toe.
Inhoudsopgave [verbergen]
? min. leestijd | ? woordenVerschil tussen waardering en resultaatbepaling
Waardering gaat over het bedrag waarvoor een actief of verplichting wordt opgenomen, bijvoorbeeld de boekwaarde van een machine. Resultaatbepaling gaat over de verwerking van opbrengsten en kosten, zoals de jaarlijkse afschrijving van die machine of het moment waarop omzet wordt verantwoord.
Eerst moet duidelijk zijn of een post überhaupt in de balans of resultatenrekening mag of moet worden opgenomen. Een toekomstige omzetverwachting is bijvoorbeeld niet vanzelf een actief. Daarna volgen waardering, presentatie en toelichting.
Welke waarderingsgrondslagen zijn toegestaan?
Artikel 2:384 lid 1 BW noemt de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de actuele waarde als grondslagen. Dit is geen vrije keuze voor iedere balanspost. De specifieke regels voor het soort actief of verplichting bepalen welke mogelijkheden bestaan en hoe die worden toegepast. De gekozen grondslagen moeten het vereiste inzicht in vermogen en resultaat geven. [ref]
- Voor veel materiële vaste activa kan binnen de regels worden gekozen tussen het kostprijsmodel en actuele waarde.
- Voor immateriële vaste activa gelden aanvullende beperkingen aan actuele waarde, waaronder het bestaan van een liquide markt.
- Voor gewone handelsvoorraden is actuele waarde geen vrij alternatief voor kostprijs. Waardering tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde is gebruikelijk; agrarische voorraden kennen bijzondere regels.
- Voor financiële instrumenten en verplichtingen gelden eigen waarderingsregels. De keuze voor een waardering van gebouwen bepaalt dus niet automatisch de waardering van leningen.
Deze uitleg betreft Nederlandse verslaggeving. Fiscale winstbepaling en IFRS kunnen andere eisen stellen. Leg vast welk stelsel de onderneming toepast voordat je een concrete grondslag kiest.
Kostprijs en actuele waarde uitgelegd
Verkrijgingsprijs
De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en bijkomende kosten die aan de aanschaf kunnen worden toegerekend. Bij een machine kunnen bijvoorbeeld transport en installatie deel uitmaken van de kostprijs. Kortingen verlagen die prijs. Terugvorderbare btw behoort niet tot de kostprijs; niet-terugvorderbare belastingen kunnen dat wel doen.
Vervaardigingsprijs
De vervaardigingsprijs is relevant voor zelf vervaardigde activa. Daaronder vallen de gebruikte grond- en hulpstoffen en overige rechtstreeks toerekenbare productiekosten. Binnen de toepasselijke regels kunnen ook een redelijk deel van indirecte kosten en financieringskosten over de vervaardigingsperiode worden meegenomen. Niet alle overhead of rente van de onderneming hoort daardoor automatisch in de kostprijs. Licht de gehanteerde uitgangspunten toe.
Actuele kostprijs
De actuele kostprijs gaat uit van de huidige verkrijgings- of vervaardigingsprijs van het betreffende actief in zijn oorspronkelijke staat, verminderd met afschrijvingen. Dit begrip heeft in het Besluit actuele waarde de vroegere vervangingswaarde vervangen. Het gaat niet zonder meer om de prijs van een modern vervangend apparaat of om de verkoopprijs van het gebruikte actief.
Bedrijfswaarde
De bedrijfswaarde, ook indirecte opbrengstwaarde genoemd, is gebaseerd op de geschatte toekomstige kasstromen uit het gebruik van een actief of samenstel van activa. Die kasstromen worden contant gemaakt: een bedrag dat later wordt ontvangen, wordt omgerekend naar een waarde op de waarderingsdatum.
Marktwaarde of reële waarde
De marktwaarde in het Besluit actuele waarde, door de RJ reële waarde genoemd, gaat over een transactie tussen onafhankelijke, goed geïnformeerde partijen die bereid zijn tot een transactie. Het betreft het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld. De specifieke regels bepalen hoe deze waarde wordt vastgesteld.
Opbrengstwaarde
De opbrengstwaarde is de verwachte verkoopopbrengst na aftrek van nog te maken kosten. Bij voorraad moet je bijvoorbeeld rekening houden met nog benodigde afwerking en verkoopkosten. De bruto verkoopprijs is daarom niet altijd de relevante waarde. Deze begrippen zijn uitgewerkt in het Besluit actuele waarde en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving. [ref]
Voorbeeld: kostprijs, boekwaarde en afschrijving
Een machine kost € 24.000. Transport en installatie kosten samen € 2.000. Alle genoemde bedragen zijn exclusief volledig aftrekbare btw en rechtstreeks toerekenbaar aan het gebruiksklaar maken. De verkrijgingsprijs bedraagt dan € 26.000.
Stel dat de onderneming uitgaat van vijf gebruiksjaren, een restwaarde van € 1.000 en lineaire afschrijving. De jaarlijkse afschrijving is (€ 26.000 − € 1.000) / 5 = € 5.000. Na één volledig gebruiksjaar is de boekwaarde € 21.000, afgezien van eventuele bijzondere waardeverminderingen. Het kostprijsmodel betekent dus niet dat de oorspronkelijke aanschafprijs ieder jaar onveranderd op de balans blijft staan.
De grondslag bepaalt het waarderingsmodel; gebruiksduur en restwaarde zijn schattingen binnen dat model. Dit onderscheid is belangrijk als later nieuwe informatie beschikbaar komt.
Wat vermeld je in de toelichting?
Artikel 2:384 lid 5 BW verlangt uitleg van de grondslagen per post. Een algemene zin dat alles tegen kostprijs wordt gewaardeerd is vaak onvoldoende. Beschrijf waar relevant:
- de toegepaste waarderingsgrondslag en eventuele waardeverminderingen;
- afschrijvingsmethoden en relevante gebruiksduren;
- de voorwaarden en het moment van omzetverantwoording;
- de verwerking van kosten en belangrijke schattingen;
- de omrekening van vreemde valuta en verwerking van koersverschillen.
Bij historische kostprijs kan aanvullende informatie over actuele waarde nodig zijn voor het vereiste inzicht of vanwege specifieke voorschriften. Omgekeerd kan bij actuele waarde informatie over historische kosten nodig zijn. Het is geen algemene verplichting om iedere post standaard tweemaal volledig te waarderen. [ref]
Wijzigen van de grondslagen
Voor vergelijkbaarheid blijf je eenmaal gekozen grondslagen in beginsel volgen. Volgens artikel 2:384 lid 6 BW zijn gegronde redenen nodig voor een wijziging. Licht de reden en de gevolgen voor vermogen en resultaat toe.
Een stelselwijziging wordt doorgaans met terugwerkende kracht verwerkt, inclusief aanpassing van vergelijkende cijfers en het relevante beginvermogen. Er bestaan uitzonderingen, bijvoorbeeld specifieke overgangsbepalingen. Een nieuwe inschatting van de resterende gebruiksduur is meestal een schattingswijziging, met gevolgen voor de huidige en toekomstige perioden. [ref]
Kies grondslagen op basis van de aard van de post en het vereiste inzicht, niet om het gewenste winstcijfer te bereiken. Zie ook het bestendigheidsprincipe.
Referenties
[verbergen]Deel dit artikel
Deel dit bericht via social media met je familie, vrienden en collega's!
Uitleg over kostprijs, actuele waarde en resultaatbepaling. Met een afschrijvingsvoorbeeld, toelichtingsvereisten en regels voor grondslagwijzigingen.
Over de auteur
Deze website wordt geschreven en beheerd door Patrick de Graaf.
Patrick heeft een achtergrond in bedrijfseconomie, accountancy en belastingrecht. Van 2007 tot 2017 werkte hij bij een accountantskantoor; daarna als Financial Controller bij twee verschillende middelgrote bedrijven. Die ervaring met administraties, aangiften en rapportages vormt de praktische achtergrond van de uitleg.
Lees meer over zijn opleidingen en werkervaring en bronnen en werkwijze.
Controleer het toepasselijke jaar en de officiële bron en vraag bij beslissingen met fiscale, juridische of financiële gevolgen advies over jouw situatie.
