succesvolboekhouden.nl
Gratis e-Boekhouden
WerkkostenregelingEindheffing in de wkr

Eindheffing in de werkkostenregeling: 80% (2018)

15 maanden gratis e-Boekhouden.nl voor ondernemers én studenten!

Een nadeel van een forfaitaire ruimte is dat er werkgevers zullen zijn die meer vergoeden en verstrekken dan in de ruimte past. Een werkgever met veel kosten met een gemengd karakter heeft de ruimte eerder vol dan een werkgever met weinig vergoedingen of verstrekkingen. Indien de werkgever boven de forfaitaire ruimte uit komt, wordt het meerdere niet als loonbestanddeel bij de werknemer belast. De loonheffing over het meerdere komt ten laste van de werkgever, in de vorm van een eindheffing.

Dit blijkt uit artikel 31a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964: het bedrag van de verschuldigde belasting met betrekking tot vergoedingen en verstrekkingen wordt per inhoudingsplichtige bepaald. Het gaat hier om vergoedingen en verstrekkingen in geval van tegenwoordige én vroegere arbeid. Een overschrijding van de gerichte vrijstellingen komt ook indirect ten laste van de werkgever, omdat dit meerdere in de forfaitaire ruimte valt. Daar staat tegenover dat de werkgever bij overschrijding van de ruimte terughoudender zal zijn met vergoedingen en verstrekkingen aan de werknemers. Door de loonheffing over het teveel aan vergoedingen en verstrekkingen ten laste van de werkgever te brengen, hoeven deze vergoedingen en verstrekkingen niet per individuele werknemer bijgehouden en verloond te worden.

De werkgever heeft vooraf de keuze om de loonheffing ten laste van zichzelf of ten laste van zijn werknemers te brengen. Door een vergoeding of verstrekking, al dan niet in overleg met de werknemer of werknemersvertegenwoordigers, aan te merken als loon, bewerkstelligt de werkgever dat de werknemer de loonheffingslast draagt. Kiest de werkgever ervoor om een vergoeding of verstrekking als eindheffingsbestanddeel aan te merken, dan draagt hij zelf de loonheffingslast. Deze last vormt een kostenpost die de werkgever in aftrek mag brengen op de winst voor de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. De loonheffing over het teveel aan vergoedingen en verstrekkingen komt dus ten laste van de werkgever, terwijl de loonheffing over vooraf overeengekomen beloningsbestanddelen ten laste van de werknemer komen.

De hoogte van het eindheffingstarief is vastgesteld op 80%. Dit percentage is gebaseerd op de gemiddelde marginale belastingdruk van werknemers. Ondernemingen met een hogere marginale druk hebben dus voordeel bij dit gemiddelde eindheffingstarief. Andersom geldt dat ondernemingen met een lagere marginale druk relatief zwaarder belast zullen worden. In het kader van de vereenvoudiging is gekozen voor één tarief. Aan de ene kant mag het tarief gemiddeld genomen niet te laag zijn, want dan wordt het aantrekkelijk om reguliere beloningsbestanddelen om te zetten naar eindheffingsbestanddelen. Aan de andere kant mag het tarief ook niet dermate hoog zijn dat het een onredelijke afwijking zou zijn van de huidige gemiddelde belastingdruk.

Aangezien onder de werkkostenregeling gekeken wordt naar het totaal aan vergoedingen en verstrekkingen per werkgever, kunnen beloningsbestanddelen niet meer per individuele werknemer gebruteerd worden. Daarvoor is het vaste eindheffingstarief op 80% vastgesteld. Deze 80% eindheffing komt overeen met een marginale druk van 44%. Dit is vergelijkbaar met de gemiddelde marginale druk (inclusief werkgeversheffingen) op het loon. Ten slotte zorgen de eindheffing van 80% en de forfaitaire ruimte van 1,2% voor een budgetneutrale regeling.

Volgende artikel »


Gratis e-Boekhouden
XGratis e-Boekhouden