Samenvatting wkr: van totstandkoming tot invoering

De werkkostenregeling is tot stand gekomen in het kader van de vereenvoudiging van het systeem van vrije vergoedingen en verstrekkingen. Gedetailleerde regelgeving geeft meer zekerheid, maar ook veel administratieve lasten. Een open norm geeft minder zekerheid, maar biedt meer flexibiliteit, beperkt de administratieve lasten en heeft als voordeel dat de fiscale regelgeving niet achter hoeft te lopen op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen.

Inhoudsopgave [verbergen]

? min. leestijd | ? woorden

    Loonbegrip

    Vergoedingen en verstrekkingen zijn onderdeel van het loonbegrip. De werkkostenregeling heeft dus het ruime loonbegrip als basis. Dit ruime loonbegrip sluit echter niet in alle gevallen aan bij wat naar algemene maatschappelijke opvattingen als loon wordt ervaren.

    Eindheffingsbestanddeel

    Vergoedingen en verstrekkingen kunnen als eindheffingsbestanddeel worden aangewezen voor zover deze niet in belangrijke mate hoger zijn dan gebruikelijk is. Wat gebruikelijk is, is een subjectief begrip. De Belastingdienst kan de gebruikelijkheid slechts in uitzonderlijke gevallen bestrijden. In de praktijk wordt een doelmatigheidsgrens van € 2.400 per werknemer per jaar gehanteerd. Aangezien deze grens in nagenoeg alle gevallen ruim meer is dan de forfaitaire ruimte van 1,2%, behoeft het gebruikelijkheidscriterium aangescherpt te worden. Het mag namelijk niet zo zijn dat als alle werkgevers bepaalde beloningen in de forfaitaire ruimte onderbrengen, dit als gebruikelijk gezien gaat worden.

    Werkplek

    Het begrip werkplek is van belang voor de waardering van bepaalde verstrekkingen. De werkplek is echter een steeds minder onderscheidend en relevant criterium, aangezien men steeds meer tijd- en plaatsonafhankelijk gaat werken. Het begrip werkplek is redelijk ruim, maar is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de inhoudingsplichtige verantwoordelijk is op grond van de Arbeidsomstandighedenwet. Hierdoor kan het voor komen dat een voorziening waarvoor de inhoudingsplichtige wel verantwoordelijkheid is, anders wordt behandeld dan eenzelfde voorzieningen waarvoor geen verantwoordelijkheid geldt. Dit leidt tot ongelijke behandeling.

    Fiscale loonsom

    Inhoudingsplichtigen kunnen tot 1,2% van de fiscale loonsom onbelast vergoeden en verstrekken. Deze forfaitaire ruimte is een flinke vereenvoudiging ten opzichte van de oude regelgeving. Het forfaitaire percentage is voor elke inhoudingsplichtige gelijk, zodat de ene inhoudingsplichtige meer voordeel van de forfaitaire ruimte kan hebben dan de andere. Door aan te sluiten bij de loonsom van de inhoudingsplichtige wordt rekening gehouden met de grootte van de onderneming. Het forfaitaire systeem houdt echter geen rekening met het verschil in de hoogte van vergoedingen en verstrekkingen tussen de verschillende kalenderjaren.

    Concernregeling

    De concernregeling zorgt ervoor dat inhoudingsplichtigen hun tekorten aan forfaitaire ruimte binnen het concern kunnen verrekenen met overschotten van andere inhoudingsplichtigen. Deze regeling neemt veel nadelen weg. Echter, de regeling dient nog verder uitgewerkt te worden. Indien voor de regeling wordt gekozen, zijn alle kwalificerende inhoudingsplichtigen van een concern namelijk verplicht hieraan deel te nemen. De verplichte deelname is niet wenselijk, mede gezien de hoofdelijke aansprakelijkheid. Daarnaast geldt de regeling enkel voor ondernemingen met een in aandelen verdeeld kapitaal en stichtingen en niet voor andere groepen inhoudingsplichtigen.

    Gerichte vrijstellingen, forfaitaire waarderingen en nihilwaarderingen

    Doordat het loonbegrip niet in alle gevallen aansluit bij wat naar algemene maatschappelijke opvattingen als loon wordt ervaren, zijn er gerichte vrijstellingen die bepaalde eindheffingsbestanddelen weer uitsluiten van het loonbegrip. Daarnaast mag de waarde van bepaalde voorzieningen die de werkgever ter beschikking stelt op nihil worden gesteld. Dergelijke voorzieningen, waarbij de voorkeur van de werkgever sterk is, behoren volgens maatschappelijke opvattingen niet tot het loon. Forfaitaire waarderingen vereenvoudigen de bepaling van de waarde van het privévoordeel van een voorziening.

    De gebruikelijkheid van vergoedingen en verstrekkingen moet in eerste instantie worden getoetst bij het aanwijzen als eindheffingsbestanddeel, om vervolgens nogmaals getoetst te worden in de situatie waarin de werknemer werkzaamheden verricht in de functie van bestuurder of commissaris. Er is dus sprake van een dubbele gebruikelijkheidstoets.

    Datum gepubliceerd: 26-12-2016 | Datum bijgewerkt: 16-08-2023 | Auteur:

    Deel 'Samenvatting wkr: van totstandkoming tot invoering'

    Deel dit bericht via social media met je familie, vrienden en collega's!

    De werkkostenregeling is tot stand gekomen voor de vereenvoudiging van verstrekkingen en vrije vergoedingen. De forfaitaire ruimte is 1,2% van de loonsom.


    Over de auteur van 'Samenvatting wkr: van totstandkoming tot invoering'

    Patrick (auteur en webmaster)

    Auteur van deze content is Patrick. Alle informatie is gebaseerd op de kennis die ik heb verkregen uit een tweetal hbo- en een tweetal post hbo-studies. Daarnaast speelt de jarenlange ervaring bij een accountantskantoor en als financial controller in het bedrijfsleven een grote rol bij de link naar de praktijk.

    Ik werk niet voor een gerelateerd bedrijf of instelling, waardoor de informatie betrouwbaar en onafhankelijk is. De informatie is nauwkeurig verzameld op basis van betrouwbare bronnen en wordt regelmatig geüpdatet. Speciaal voor bezoekers van deze website heb ik de top 5 beste boekhoudprogramma's op een rij gezet en vergeleken.