succesvolboekhouden.nl
Gratis e-Boekhouden
WerkkostenregelingSamenvatting werkkostenregeling

Samenvatting werkkostenregeling: van totstandkoming tot invoering (2018)

15 maanden gratis e-Boekhouden.nl voor ondernemers én studenten!

De werkkostenregeling is tot stand gekomen in het kader van de vereenvoudiging van het systeem van vrije vergoedingen en verstrekkingen. Gedetailleerde regelgeving geeft meer zekerheid, maar ook veel administratieve lasten. Een open norm geeft minder zekerheid, maar biedt meer flexibiliteit, beperkt de administratieve lasten en heeft als voordeel dat de fiscale regelgeving niet achter hoeft te lopen op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen..

Vergoedingen en verstrekkingen zijn onderdeel van het loonbegrip. De werkkostenregeling heeft dus het ruime loonbegrip als basis. Dit ruime loonbegrip sluit echter niet in alle gevallen aan bij wat naar algemene maatschappelijke opvattingen als loon wordt ervaren.

Vergoedingen en verstrekkingen kunnen als eindheffingsbestanddeel worden aangewezen voor zover deze niet in belangrijke mate hoger zijn dan gebruikelijk is. Wat gebruikelijk is, is een subjectief begrip. De Belastingdienst kan de gebruikelijkheid slechts in uitzonderlijke gevallen bestrijden. In de praktijk wordt een doelmatigheidsgrens van € 2.400 per werknemer per jaar gehanteerd. Aangezien deze grens in nagenoeg alle gevallen ruim meer is dan de forfaitaire ruimte van 1,2%, behoeft het gebruikelijkheidscriterium aangescherpt te worden. Het mag namelijk niet zo zijn dat als alle werkgevers bepaalde beloningen in de forfaitaire ruimte onderbrengen, dit als gebruikelijk gezien gaat worden.

Het begrip werkplek is van belang voor de waardering van bepaalde verstrekkingen. De werkplek is echter een steeds minder onderscheidend en relevant criterium, aangezien men steeds meer tijd- en plaatsonafhankelijk gaat werken. Het begrip werkplek is redelijk ruim, maar is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de inhoudingsplichtige verantwoordelijk is op grond van de Arbeidsomstandighedenwet. Hierdoor kan het voor komen dat een voorziening waarvoor de inhoudingsplichtige wel verantwoordelijkheid is, anders wordt behandeld dan eenzelfde voorzieningen waarvoor geen verantwoordelijkheid geldt. Dit leidt tot ongelijke behandeling.

Inhoudingsplichtigen kunnen tot 1,2% van de fiscale loonsom onbelast vergoeden en verstrekken. Deze forfaitaire ruimte is een flinke vereenvoudiging ten opzichte van de oude regelgeving. Het forfaitaire percentage is voor elke inhoudingsplichtige gelijk, zodat de ene inhoudingsplichtige meer voordeel van de forfaitaire ruimte kan hebben dan de andere. Door aan te sluiten bij de loonsom van de inhoudingsplichtige wordt rekening gehouden met de grootte van de onderneming. Het forfaitaire systeem houdt echter geen rekening met het verschil in de hoogte van vergoedingen en verstrekkingen tussen de verschillende kalenderjaren.

De concernregeling zorgt ervoor dat inhoudingsplichtigen hun tekorten aan forfaitaire ruimte binnen het concern kunnen verrekenen met overschotten van andere inhoudingsplichtigen. Deze regeling neemt veel nadelen weg. Echter, de regeling dient nog verder uitgewerkt te worden. Indien voor de regeling wordt gekozen, zijn alle kwalificerende inhoudingsplichtigen van een concern namelijk verplicht hieraan deel te nemen. De verplichte deelname is niet wenselijk, mede gezien de hoofdelijke aansprakelijkheid. Daarnaast geldt de regeling enkel voor ondernemingen met een in aandelen verdeeld kapitaal en stichtingen en niet voor andere groepen inhoudingsplichtigen.

Doordat het loonbegrip niet in alle gevallen aansluit bij wat naar algemene maatschappelijke opvattingen als loon wordt ervaren, zijn er gerichte vrijstellingen die bepaalde eindheffingsbestanddelen weer uitsluiten van het loonbegrip. Daarnaast mag de waarde van bepaalde voorzieningen die de werkgever ter beschikking stelt op nihil worden gesteld. Dergelijke voorzieningen, waarbij de voorkeur van de werkgever sterk is, behoren volgens maatschappelijke opvattingen niet tot het loon. Forfaitaire waarderingen vereenvoudigen de bepaling van de waarde van het privévoordeel van een voorziening.

De gebruikelijkheid van vergoedingen en verstrekkingen moet in eerste instantie worden getoetst bij het aanwijzen als eindheffingsbestanddeel, om vervolgens nogmaals getoetst te worden in de situatie waarin de werknemer werkzaamheden verricht in de functie van bestuurder of commissaris. Er is dus sprake van een dubbele gebruikelijkheidstoets.

Gratis e-Boekhouden
XGratis e-Boekhouden